Dioxinen onderzoek
Polygechloreerde dibenzo-dioxines (PCDD of 'dioxinen') en polygechloreerde dibenzofuranen (PCDF) bestaan uit een groep van 210 congeneren. De afzonderlijke componenten varieren sterk in aantal chlooratomen en toxiciteit. De congeneren zijn op de posities 2, 3, 7 en/of 8 met chlooratomen gesubstitueerd. De meest bekende dioxinen congeneer is 2,3,7,8-TCDD, ook wel bekend als 'Seveso Dioxinen'.
Dioxinen ontstaan voornamelijk tijdens onvolledige verbrandingsprocessen van organisch materiaal. Het precieze vormingsmechanisme is niet bekend. Uit recent onderzoek blijkt dat, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, de aanwezigheid van chloor in ieder geval niet de beperkende factor is. De emissieniveaus van dioxinen zijn dermate laag (in ng per m30) dat de relatief grote aanwezigheid van chloor in de buitenlucht en in diverse materialen voldoende is voor een significante vorming. Optimale verbrandingscondities kunnen belangrijker zijn voor een minimale PCDD/F vorming in vergelijking met de chemische samenstelling van het te verbranden materiaal. Ook blijkt uit recent onderzoek in Duitsland en Belgie dat kleine veranderingen in procescondities een sterke variatie in dioxinen vorming kunnen opleveren (factor van 30 tot 50 verhoging ten opzichte van regulier bedrijf). Om te onderzoeken of de dioxine concentratie over langere tijd stabiel is, zijn lange duur monsternemingen noodzakelijk. Pro Monitoring beschikt samen met haar partner GfA in Duitsland over de noodzakelijke expertise en ervaring om bijvoorbeeld een 2 weken durende monsterneming uit te voeren.
Voorbeelden van processen waarbij dioxinen kunnen ontstaan zijn:
- afvalverbrandingsinstallaties
- houtkachels
- kabels schoonbranden in pyrolyseovens
- thermische grondreiniging
- productie van chemicalien
- primaire en secundaire metaalindustrie
- calcineerovens non-ferro
Pro Monitoring heeft, samen met haar partner GfA in Duitsland, veel ervaring in de uitvoering van dioxinen luchtmonsternemingen in zowel gereinigde als ongereinigde afgasstromen. Voor de luchtmonsterneming is Pro Monitoring geaccrediteerd. GfA in Hamburg beschikt over het grootste dioxinen laboratorium in Europa (15 HR GC-MS analysers) en analyseert jaarlijks duizenden dioxinen monsters. Niet alleen voor het compartiment lucht maar ook bodem, materiaal en organische monsters kunnen worden geanalyseerd. 
Op basis van de technische beschrijving en procesvoering van een installatie zijn wij ook in staat om pragmatische en praktische oplossingen te geven voor een potentieel dioxineprobleem. De advisering is erop gericht om eerst brongericht (optimalisatie procesvoering) de dioxine emissie te verminderen, daarna volgt een advies over eventuele procesgeintegreerde danwel end-of-pipe maatregelen.
Uitgangspunten bij de advisering zijn o.a. de geldende wet- en regelgeving (o.a. NeR, BVA en IPPC richtlijn).
Dit betekent dat:
- De resterende dioxinen emissie moet voldoen aan het BBT emissieniveau (Best Beschikbare Techniek). Dit niveau is voor IPPC inrichtingen veelal beschreven in de zogenaamde BREF documenten (Best Reference documents).
- De resterende dioxinen immissie (concentratie in leefomgeving) moet beneden de MTR-waarde en na 2010 beneden de streefwaarde liggen. De MTR waarde en streefwaarde zijn opgenomen in de NeR.
Wij hebben ter ondersteuning van de advieswerkzaamheden de beschikking over een uitgebreide dioxinen database. Neem gerust contact op met een van onze specialisten.
